Instrumenten

Om werkgevers te faciliteren in het werken met mensen uit de doelgroep, heeft de overheid een aantal instrumenten in het leven geroepen. De no-riskpolis, loondispensatie, loonkostenvoordeel en de werkplekaanpassing zijn landelijke instrumenten die worden uitgevoerd door UWV of de Belastingdienst. De loonkostensubsidie en begeleiding worden door gemeenten of sw-bedrijven uitgevoerd en kunnen daarom per regio verschillen.

Meer dan finacieel

De onderstaande instrumenten zijn vooral financieel van aard. Los van de financiële instrumenten zijn werkgevers gebaat bij instrumenten die hen helpen het werken met mensen uit de doelgroep daadwerkelijk een plek te geven in hun organisatie; praktische handreikingen, een plan van aanpak, goede praktijkvoorbeelden en een deskundige kijk op taken en werkprocessen bijvoorbeeld. Partners kunnen daarvoor een beroep op Locus doen.

Locus biedt hiervoor verschillende producten en diensten aan. Zo maken wij specifieke en concrete bedrijfsaanpakken. Dat doen we samen met de werkgever. En we zorgen ervoor dat meerdere gemeenten en sw-bedrijven op een zelfde manier met een werkgever samenwerken. Ook investeert Locus in professionele jobcreators, die binnen een bedrijf de mogelijkheden onderzoeken om nieuwe banen te creëren voor mensen die nu niet of moeilijk kunnen deelnemen aan de reguliere arbeidsmarkt.

Meer weten hoe Locus jouw organisatie kan ondersteunen bij inclusief werkgeven? Neem dan contact met ons op via sabine@locusnetwerk.nl of kijk bij Meedoen.

Instrumenten vanuit de overheid

Download hier een schematisch overzicht van de meest voorkomende instrumenten en regelingen in een excel-bestand.

In te zetten door gemeenten:

Iemand uit de doelgroep in dienst nemen, kan een grote stap zijn. Om dit eerst te proberen, kun je gebruik maken van een proefplaatsing. Iemand komt dan twee maanden met behoud van uitkering werken; je betaalt dan geen salaris. Deze twee maanden zijn bedoeld om zowel vanuit de werkgever als vanuit de werknemer te bekijken of de match werkt. Ook kan deze tijd gebruikt worden om een loonwaardemeting uit te voeren, zodat je weet hoeveel loonkostensubsidie je zult ontvangen.

Wanneer je als werkgever iemand uit de doelgroep in dienst neemt, word je gecompenseerd voor de lagere productie die iemand levert in vergelijking met een gemiddelde werknemer. Deze compensatie heet loondispensatie (voor mensen met een Wajong status). Het kabinet Rutte 3 verving de loonkostensubsidie (voor mensen in de Wsw of participatie) voor loondispensatie.

Loonkostensubsidie

Gemeenten kwamen werkgevers tegemoet in de loonkosten als zij mensen in dienst nemen die niet het wettelijk minimum loon (wml) kunnen verdienen. De loonkostensubsidie is het bedrag tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde van de werknemer. De subsidie is inclusief een vergoeding voor werkgeverslasten. Als het cao-loon hoger is dan het minimumloon, zijn die meerkosten voor rekening van de werkgever.

Loondispensatie

UWV komt werkgevers tegemoet in de loonkosten met loondispensatie. Werkgevers betalen medewerkers (tijdelijk) minder loon en UWV betaalt deze medewerkers een aanvullende Wajong-uitkering.

Regeerakkoord: loondispensatie vervangt loonkostensubsidie

Het nieuwe kabinet was van plan om het instrument van loonkostensubsidie in de Participatiewet te vervangen voor  loondispensatie. Werkgevers kunnen zo medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt onder het wettelijk minimumloon betalen, afhankelijk van de verdiencapaciteit van de medewerker. De gemeente vult het inkomen dan aan tot het bedrag van de regeling waar de medewerker onder valt.

Dit leidde tot op diverse discussies in het land. Op deze manier loont werk niet en er ontstaat ongelijkheid tussen medewerkers op de werkvloer. Locus snapt deze bezwaren heel goed en volgt de uitwerking van deze maatregel nauwlettend.

September 2018 kwam het kabinet zelf tot de conclusie dat deze zogeheten loondispensatie uit het regeerakkoord niet uitvoerbaar is. Ook speelt mee dat er totaal geen maatschappelijk draagvlak voor is. (lees het artikel op www.nos.nl). Lees ook de column van Locus-voorzitter Teun Verheij over dit onderwerp.

Een rekenvoorbeeld

Stel, een gemiddelde secretaresse maakt in 1 uur tijd, 10 afspraken. Een secretaresse uit de doelgroep heeft meer tijd nodig en maakt in 1 uur tijd, 7 afspraken. Als hier een loonwaardemeting wordt gedaan, zal deze voor de doelgroepmedewerker worden vastgesteld op 70%. Indien dit een Wajonger is, mag je 70% van het salaris betalen en zal UWV het inkomen van de medewerker aanvullen.

NB: Dit rekenvoorbeeld richt zich alleen op de productiviteit van de werknemer en niet op bijvoorbeeld de kwaliteit. Het is dan ook een voorbeeld ter illustratie.

In het eerste halfjaar van het dienstverband kan een werkgever een loonkostensubsidie van 50% van het wettelijk minimumloon (wel) krijgen. Binnen dat halfjaar moet een loonwaardemeting op de werkplek plaatsvinden. Op basis van de objectief vastgestelde loonwaarde, past de gemeente de loonkostensubsidie aan. Deze forfaitaire loonkostensubsidie maakt de start van een dienstverband met iemand uit de doelgroep Banenafspraak makkelijker. Het recht op fortaitaire loonkostensubsidie geldt tot het moment van de loonwaardemeting, maar in ieder geval met een maximum van zes maanden.

Forfaitaire loonkostensubsidie kan worden ingezet bij mensen die vallen onder het doelgroepregister. Zij vallen doorgaans ook onder Participatiewet, maar dit hoeft niet.

Werknemers uit de doelgroep vragen vaak meer begeleiding dan gemiddelde werknemers. Vaak komt er een jobcoach mee vanuit de organisatie die de matching doet (bijvoorbeeld UWV of het sw-bedrijf). Voor kandidaten vanuit de Wajong, kun je via UWV een vergoeding krijgen om zelf de begeleiding vorm te geven. Deze regeling heet ‘interne jobcoach’. Meer informatie is verkrijgbaar bij UWV. Sommige gemeenten zetten ook jobscoaches in voor mensen uit de doelgroep. Dit verschilt per gemeente.

Sommige werknemers uit de doelgroep hebben een aanpassing nodig op de werkplek om hun werk te kunnen doen. Denk bijvoorbeeld aan het verwijderen van een drempel of het plaatsen van een traplift. Ook komt het voor dat mensen speciaal vervoer nodig hebben om naar de werkplek te gaan. UWV kan deze kosten voor de werkgever vergoeden. Meer informatie is te verkrijgen bij UWV.

In te zetten door UWV:

Iemand uit de doelgroep in dienst nemen, kan een grote stap zijn. Om dit eerst te proberen, kun je gebruik maken van een proefplaatsing. Iemand komt dan twee maanden met behoud van uitkering werken; je betaalt dan geen salaris. Deze twee maanden zijn bedoeld om zowel vanuit de werkgever als vanuit de werknemer te bekijken of de match werkt. Ook kan deze tijd gebruikt worden om een loonwaardemeting uit te voeren, zodat je weet hoeveel loonkostensubsidie je zult ontvangen.

Wanneer je als werkgever iemand uit de doelgroep in dienst neemt, word je gecompenseerd voor de lagere productie die iemand levert in vergelijking met een gemiddelde werknemer. Deze compensatie heet loondispensatie (voor mensen met een Wajong status). Het kabinet Rutte 3 verving de loonkostensubsidie (voor mensen in de Wsw of participatie) voor loondispensatie.

Loonkostensubsidie

Gemeenten kwamen werkgevers tegemoet in de loonkosten als zij mensen in dienst nemen die niet het wettelijk minimum loon (wml) kunnen verdienen. De loonkostensubsidie is het bedrag tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde van de werknemer. De subsidie is inclusief een vergoeding voor werkgeverslasten. Als het cao-loon hoger is dan het minimumloon, zijn die meerkosten voor rekening van de werkgever.

Loondispensatie

UWV komt werkgevers tegemoet in de loonkosten met loondispensatie. Werkgevers betalen medewerkers (tijdelijk) minder loon en UWV betaalt deze medewerkers een aanvullende Wajong-uitkering.

Regeerakkoord: loondispensatie vervangt loonkostensubsidie

Het nieuwe kabinet vervangt het instrument van loonkostensubsidie in de Participatiewet door de mogelijkheid tot loondispensatie. Werkgevers kunnen zo medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt onder het wettelijk minimumloon betalen, afhankelijk van de verdiencapaciteit van de medewerker. De gemeente vult het inkomen dan aan tot het bedrag van de regeling waar de medewerker onder valt.

Dit leidt tot op diverse discussies in het land. Op deze manier loont werk niet en er ontstaat ongelijkheid tussen medewerkers op de werkvloer. Locus snapt deze bezwaren heel goed en volgt de uitwerking van deze maatregel nauwlettend.

Een rekenvoorbeeld

Stel, een gemiddelde secretaresse maakt in 1 uur tijd, 10 afspraken. Een secretaresse uit de doelgroep heeft meer tijd nodig en maakt in 1 uur tijd, 7 afspraken. Als hier een loonwaardemeting wordt gedaan, zal deze voor de doelgroepmedewerker worden vastgesteld op 70%. Indien dit een Wajonger is, mag je 70% van het salaris betalen en zal UWV het inkomen van de medewerker aanvullen.

NB: Dit rekenvoorbeeld richt zich alleen op de productiviteit van de werknemer en niet op bijvoorbeeld de kwaliteit. Het is dan ook een voorbeeld ter illustratie.

Als werkgevers krijg je een ziektewet-uitkering van UWV, als een werknemer met een indicatie Banenafspraak ziek wordt. Deze uitkering dekt een groot deel van de loonkosten van de zieke werknemer. Deze polis geldt ook voor werknemers, die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Sinds begin 2016 is uniforme toepassing van de no-riskpolis wettelijk vastgelegd. Bij ziekte van een arbeidsbeperkte werknemer, doet de werkgever een verzoek tot toepassing no-riskpolis bij UWV. Deze polis geldt voor de eerste vijf jaar dat een medewerker uit de doelgroep in dienst is en geldt automatisch vanaf het moment dat deze werknemer in dienst treedt. Per 1 januari 2017 wordt deze no-riskpolis uitgebreid naar de gehele doelgroep Participatiewet. Dit staat in een wetswijziging die op 8 november is goedgekeurd door de Eerste Kamer. Hierin is tevens vastgelegd dat de no-riskpolis ook na 2020 blijft bestaan.

Let wel: als werkgever blijf je wel verantwoordelijk voor de re-integratie van de medewerker, conform de Wet verbetering poortwachter.

Werknemers uit de doelgroep vragen vaak meer begeleiding dan gemiddelde werknemers. Vaak komt er een jobcoach mee vanuit de organisatie die de matching doet (bijvoorbeeld UWV of het sw-bedrijf). Voor kandidaten vanuit de Wajong, kun je via UWV een vergoeding krijgen om zelf de begeleiding vorm te geven. Deze regeling heet ‘Interne jobcoach’. Meer informatie is verkrijgbaar bij UWV. sommige gemeenten zetten ook jobscoaches in voor mensen uit de doelgroep. Dit verschilt per gemeente.

Sommige werknemers uit de doelgroep hebben een aanpassing nodig op de werkplek om hun werk te kunnen doen. Denk bijvoorbeeld aan het verwijderen van een drempel of het plaatsen van een traplift. Ook komt het voor dat mensen speciaal vervoer nodig hebben om naar de werkplek te gaan. UWV kan deze kosten voor de werkgever vergoeden. Meer informatie is te verkrijgen bij UWV.

Fiscaal:

Werkgevers die een medewerker uit de doelgroep Banenafspraak in dienst nemen, ontvingen tot voor kort een premiekorting (ook wel: mobiliteitsbonus) van € 2.000,- per jaar. Dit is in 2018 gewijzigd.

Wijziging in 2018

De verrekening van de korting vond in 2016 en 2017 nog plaats via de belastingaangifte. Vanaf januari 2018 wordt de premiekorting omgezet in een Loonkostenvoordeel. Het bedrag blijft hetzelfde, alleen de verrekening vindt op een andere manier plaats.

Het LKV (loonkostenvoordeel) vervangt de premiekortingen oudere werknemer of arbeidsgehandicapte werknemer. U komt in aanmerking voor deze overgangsregeling als u aan de voorwaarden voldoet.

Hoe werkt de overgangsregeling

Had u in 2017 recht op deze premiekortingen? Dan komt u nu in aanmerking voor de overgangsregeling als u aan de voorwaarden voldoet. U geeft dan in uw aangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2017 aan dat u voor een werknemer de premiekorting toepast. Ook vult u het bedrag van de premiekorting in. Alleen dan kunnen wij beoordelen voor welke werknemer(s) u recht heeft op het LKV. En hoelang u daar recht op heeft.

Kijk voor meer informatie op de website van UWV.

Vanaf januari 2017 ontvangt iedere werkgever een financieel voordeel voor werknemers die 100% tot 120% van het wettelijk minimum loon verdienen. Dit geldt dus voor meer medewerkers dan alleen die mensen die tot de doelgroep Banenafspraak behoren. Het voordeel bedraagt maximaal €2.000,- per werknemer, op basis van een 38-urige werkweek. Het voordeel geldt alleen voor werknemers die minstens 1248 uur per jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn.

Extra voordeel in 2017

Werkgevers kunnen niet én Loonkostenvoordeel (LKV) én Lage Inkomens voordeel (LIV) voor dezelfde medewerker ontvangen. Omdat de premiekorting pas in 2018 wordt omgezet naar Loonkostenvoordeel, betekent dit dat werkgevers, die in 2016 en 2017 mensen uit de doelgroep Banenafspraak in dienst nemen, gedurende 2017 extra voordeel hebben.

Andere dienstverleningen

Wet- en regelgeving

Lees meer

PSO-advies

Lees meer

Projecten

Lees meer

Workshops en modules

Lees meer