Midden

Wet- en regelgeving: de gevolgen voor (werkgevers van) mensen met een beperking

De afgelopen weken was er veel nieuws over wet- en regelgeving die (werkgevers van) mensen met een beperking raken. Zo kwam het kabinet met concretere plannen voor het ‘Breed offensief’. Doel is om het werkgevers makkelijker te maken om werk te bieden aan mensen met een beperking. Een ‘scholingspot’, het STAP-budget, beoogt een betere inzetbaarheid op de arbeidsmarkt van werkenden en niet-werkenden. De wet Arbeidsmarkt in balans (WAB) en de beperking van het Lage Inkomensvoordeel (LIV) maken het voor werkgevers echter duurder om werk te bieden aan mensen met een beperking. Locus zet de ontwikkelingen rond wet- en regelgeving op een rij.

Wetsvoorstel Breed offensief

Onder de noemer ‘Breed offensief’ kondigde staatsecretaris van Ark een reeks maatregelen aan die het voor werkgevers eenvoudiger moet maken om werk te creëren voor mensen met een beperking. Werk moet voor deze werknemers meer lonen en werkgevers en werkzoekenden moeten elkaar beter vinden. De maatregelen staan in een conceptwetsvoorstel dat na de zomer aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Streven is dat de wet in juli 2020 van kracht gaat. Enkele maatregelen op een rij:

Loonkostensubsidie verbeteren en vereenvoudigen

Geen uitzonderingen

Sommige gemeenten zetten loonkostensubsidie vooral in voor mensen die een bijstandsuitkering ontvangen. Van Ark wil dat gemeenten geen uitzonderingen meer mogen maken bij inzet van loonkostensubsidie. Iedereen die een uitkering ontvangt uit de Participatiewet of niet-uitkeringsgerechtigd is en een verminderde loonwaarde heeft, kan een beroep doen op loonkostensubsidie. Dat is goed nieuws voor zowel werkgevers als deze werknemers.

Aanvragen loonkostensubsidie tijdens dienstbetrekking

Ook wordt het mogelijk om loonkostensubsidie in te zetten tijdens dienstbetrekking. Tot nu toe was dat voorbehouden aan vso/pro- en entreeleerlingen die zonder tussenkomst van gemeenten werk vonden en een verminderde loonwaarde bleken te hebben. Een aanvraag voor loonkostensubsidie moet wel binnen een half jaar na indiensttreding gebeuren en geldt alleen voor mensen met een uitkering vanuit de Participatiewet of mensen zonder uitkering.

Minder administratieve rompslomp

Ook de administratieve rompslomp om loonkostensubsidie aan te vragen wordt aangepakt. Werkgevers ervaren nu regelmatig problemen doordat gemeenten verschillende administratieve procedures en termijnen hanteren. Meer standaardisatie en optimalisering van processen maken het voor werkgevers gemakkelijker om mensen met een beperking aan te nemen. Er is een preferent werkproces uitgewerkt, met landelijke formulieren en richtlijnen voor de termijnen van beslissingen en betalingsmomenten.

Status: zeven gemeenten starten op korte termijn met een pilot om het proces te testen.

Eén systeem voor loonwaardemeting

Er zijn nu zes aanbieders met zes verschillende methodieken voor loonwaardemeting actief. Per arbeidsmarktregio wordt de keuze voor een methodiek bepaald. Vooral grote werkgevers die actief zijn in meerdere arbeidsmarktregio’s hebben last van de verschillende manieren waarop de loonwaarde wordt bepaald, schrijft Van Ark. Daarom wil zij loonwaardebepaling uniformeren. Op korte termijn moet er sprake zijn van één wijze van de loonwaardebepaling, die uitgevoerd mag worden door meerdere aanbieders.

Status: Het voorstel voor uniformering moet eind 2019 zijn afgerond.

Harmonisatie ondersteuning, bijvoorbeeld jobcoaching

Sommige gemeenten zijn terughoudend met het bieden van ondersteuning aan mensen met een beperking op de werkvloer, zo blijkt uit onderzoek van de Inspectie SZW. Zo zetten niet alle gemeenten jobcoaches in.

Het kabinet wil het aanbod van jobcoaches en overige werkvoorzieningen door gemeenten en UWV harmoniseren. Het gaat onder andere om harmonisatie van begeleidingsregimes en het borgen van kwaliteitseisen. Ook de beschikbaarheid van (ook) een interne jobcoach en de proefplaatsing worden geharmoniseerd. Voor deze harmoniseringsslag wordt een modelverordening uitgewerkt. De modelverordening dient als advies aan gemeenten en draagt bij aan de beoogde harmonisering van ondersteunende instrumenten, ook tussen gemeenten en UWV.

Status: streven is dat de modelverordening in september beschikbaar is.

Wegnemen administratieve knelpunten no-riskpolis/ziekmelding

Wordt een werknemer die onder de banenafspraak valt ziek? Dan komen werkgevers via de no-riskpolis in aanmerking voor compensatie van de kosten van loondoorbetaling door UWV. De no-risk-polis is een belangrijke stimulans voor werkgevers om werk te bieden aan mensen met een beperking. Het brengt echter ook veel bureaucratie met zich mee.

Bij ziekte moet de gemeente de loonkostensubsidie bijvoorbeeld stopzetten en bij herstel weer hervatten. Daarom wil het kabinet dat loonkostensubsidie bij ziekte door blijft lopen. UWV brengt de subsidie in mindering op de uit te betalen uitkering aan de werkgever. Dit alternatief voorkomt verrekeningen tussen gemeenten en werkgevers en dubbele ziekmeldingen, aldus Van Ark.

Werken moet lonen, ook in deeltijd

Er komt een ‘vrijlating’ van 15 procent, met een maximum vanruim € 132 per maand voor mensen die werken met loonkostensubsidie én zijn aangewezen op een aanvullende bijstandsuitkering omdat zij in deeltijd werken. Zij gaan er dus in inkomen op vooruit. De vrijlating geldt voor de duur van één jaar met de mogelijkheid van verlenging van die termijn door de gemeente. Het is tijdelijk, omdat het gaat om mensen die ook voltijd kunnen werken en daardoor geen beroep op de bijstand meer hoeven te doen. Een zelfde vrijlating geldt wel structureel voor mensen die deeltijd werken door een medische urenbeperking.

Vereenvoudiging banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten

In het sociaal akkoord van 2013 werd afgesproken dat bedrijven en overheid in 2026 samen 125.000 extra banen creëren voor mensen met een beperking.

Werkgevers hebben tussen 1 januari 2013 en 1 januari 2019 in totaal 53.390 banen gerealiseerd voor mensen die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen: 40.942 banen via een regulier dienstverband en 12.448 extra banen via een uitzendcontract of detachering. Dit blijkt uit de meest actuele Regionale UWV-trendrapportage van april 2019.

De doelstelling van de banenafspraak voor 2018 was het realiseren van 43.500 extra banen. Werkgevers hebben de doelstellingen dus gehaald. Dat geldt niet voor werkgevers in de sector overheid: zij realiseerden 7.940 extra banen, terwijl de doelstelling 12.500 extra banen was in 2018. ‘Op naar de 100.000 banen!’ gaat ook overheidswerkgevers informeren en inspireren rond de Banenafspraak. ‘Een eervolle opdracht‘, zegt commissaris Aart van der Gaag. > Lees meer

Quotumwet

De Quotumwet bepaalt dat bedrijven vanaf 25 werknemers, een bepaald percentage van hun werknemersbestand invullen met mensen uit de doelgroep (het quotumpercentage). De wet beoogt een geleidelijke ingroei tot in 2026 de 125.000 banen zijn behaald.

Belangrijke wijziging is dat het quotum overheid en bedrijfsleven niet langer apart geteld wordt. Dit geeft de sector overheid, die bij de metingen in 2017 en 2018 achter bleek te lopen op de doelstellingen, de tijd om een inhaalslag te maken. Ook voorkomt het dat overheidsorganisaties de facilitaire diensten gaan inbesteden om ‘de aantallen’ te halen.

Lees meer over het Breed offensief

Pensioenakkoord en Lage Inkomensvoordeel (LIV)

In het wetsvoorstel Temporisering AOW-leeftijd wordt voorgesteld om het Lage Inkomensvoordeel te beperken en het ‘jeugd-LIV’ af te schaffen om de minder snelle stijging van de AOW-leeftijd te betalen. Het lage inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming van maximaal € 2.000 per jaar die werkgevers ontvangen voor werknemers die minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon verdienen.

Het ‘LIV-maximum’ gaat van € 2000 naar € 1000 er werknemer per kalenderjaar en het jeugd-LIV wordt verminderd om per 2024 helemaal te verdwijnen. Het hoge tarief wordt gelijkgesteld aan het lage tarief: werkgevers krijgen een tegemoetkoming van € 0,51 per verloond uur voor alle werknemers met een gemiddeld uurloon van minimaal € 10,05 per uur en maximaal  € 12,58 per uur. Het wetsvoorstel is inmiddels gepubliceerd en gaat 1 juli 2019 naar de Tweede en Eerste kamer om per 1 januari 2020 in werking te treden.

Lees meer

Wet Arbeidsmarkt in balans

De Eerste Kamer nam onlangs de wet Arbeidsmarkt in balans (WAB) aan. Met de nieuwe wet wijzigt het ontslagrecht per 1 januari 2020. Ontslag wordt sneller mogelijk, de regeling voor tijdelijke contracten verandert en er komen nieuwe regels voor oproepkrachten en de ontslagvergoeding.

De hoofdpunten:

  1. Werkgevers krijgen meer ruimte om werknemers in vaste dienst gemakkelijker te ontslaan.
  2. Werknemers krijgen pas na drie jaar recht op een vast contract in plaats van de huidige twee jaar.
  3. Werknemers krijgen vanaf dag 1 recht op een transitievergoeding als hun arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever eindigt.
  4. Werknemers die op payrollbasis werken, krijgen dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers die in vaste dienst zijn, met uitzondering van de pensioenregeling.

Mensen met flexibele contracten krijgen dus betere arbeidsvoorwaarden. Onder de WAB krijgen payrollers vrijwel dezelfde status als reguliere werknemers. Werkgevers gaan dus meer betalen voor payrollers, wat deze contractvorm waarschijnlijk minder aantrekkelijk maakt. De gelijkheid tussen payrollers en reguliere medewerkers gaat zowel om de primaire als secundaire arbeidsvoorwaarden, met uitzondering van de pensioenregeling.

Veel mensen met een beperking hebben een flexibel contract en werken op basis van payrolling. Van de WAB gaat mogelijk dus een prikkel uit om minder mensen met een beperking werk te bieden. Het kabinet gaat de effecten van de WAB dan ook monitoren voor mensen met een beperking.

Scholingsregeling: het STAP-budget

De ministers Koolmees (SZW) en Van Engelshoven (OCW) willen een publiek leerbudget invoeren. Dit STAP-budget (Stimulering Arbeidsmarkt Positie) is beschikbaar voor mensen met en zonder startkwalificatie. Het kan besteed worden aan opleidingen die de algemene inzetbaarheid op de arbeidsmarkt vergroten. Werkenden en niet-werkenden kunnen daarvoor aanspraak maken op € 1000 tot € 2000 euro.

Tussen de 100.000 en 200.000 mensen kunnen per jaar aanspraak op het STAP-budget maken. De huidige aftrekpost voor scholing verdwijnt. Voor de regeling is € 200 miljoen beschikbaar en dat is net zoveel als de fiscale aftrekpost. Als het maximale bedrag van € 200 miljoen is bereikt, kunnen er geen opleidingen meer worden aangevraagd.

Het is van belang om juist ook medewerkers zonder startkwalificatie en dus een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt scholing aan te bieden. Het is dus zaak dat dit scholingsbudget daadwerkelijk terecht komt bij deze groep. De methodiek praktijkleren en de kwalificatie middels certificaten is hiervoor een mooie manier. Zo kunnen mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt zich op een eigen tempo scholen.

Status: de aanvankelijke invoeringsdatum van 1 januari 2020 wordt niet gehaald en het kabinet hoopt in de zomer meer duidelijkheid te geven over het budget. In 2020 blijft de fiscale aftrekpost voor studie nog bestaan.

Lees meer

Vragen? Neem contact met ons op via vragen@locusnetwerk.nl

 

Hanne Overbeek

Directeur