Loonkostensubsidie versus loondispensatie: de discussie

De gemoederen laaiden de afgelopen maanden hoog op over het plan van het kabinet om de loonkostensubsidie te vervangen door loondispensatie. Hoe zit dat?

Op dit moment betalen werkgevers werknemers met een beperking die niet 100 procent productief zijn een deel van het minimumloon. De rest betaalt de gemeente via de zogenaamde loonkostensubsidie. Werkgevers moeten die subsidie aanvragen.

Deze systematiek wil staatssecretaris Tamara van Ark van SZW veranderen door loondispensatie. Met loondispensatie hoopt zij onder meer de administratieve lastendruk bij werkgevers weg te nemen als zij mensen met een beperking werk bieden. Want, constateert Van Ark: ‘Werkgevers zijn huiverig arbeidsgehandicapten in dienst te nemen, doordat er verschillende subsidieregels zijn.’

Via die weg hoopt zij werkgevers te stimuleren meer werk te bieden aan mensen met een beperking. Werkgevers hoeven bij loondispensatie maar een deel van het minimumloon te betalen. De werknemer moet voor het overige deel zelf een subsidie aanvragen die dus uit de bijstand wordt betaald.

Nadelen voor werknemers met een beperking

Loondispensatie heeft voor mensen met een beperking meerdere nadelen. Bij loondispensatie heeft een deel van de werknemers met een beperking geen recht op loonaanvulling. Bijvoorbeeld als de werknemer veel eigen vermogen of een werkende partner heeft. In dat geval krijgen zij alleen hun ‘loonwaarde’ betaald, die het UWV vaststelt.

Dat betekent dat een deel van de mensen met een beperking die werken onder het minimumloon verdienen. Door deze regeling bouwt de werknemer ook bijna geen of geen pensioen meer op.