Locus Kenniscafé: ‘Kijk ook naar de maatschappelijke effecten van inclusie’

Hoe zijn gemeenten aan de slag met inclusie en inclusief werkgeverschap? Om die vraag draaide het in het Locus Kenniscafé ‘Gemeenten als werkgever voor mensen met een beperking’. De gemeente Ede vertelde er over haar brede aanpak van inclusie. De visie en strategie in Ede gaan verder dan het voldoen aan ‘wettelijke bepalingen’ en ‘uitstroom naar werk’. Ede kijkt ook naar de maatschappelijke effecten van inclusie. ‘Minder ziekte, minder zorg – het telt allemaal mee.’

‘Veel gemeenten zijn ambitieus aan de slag met inclusie, in andere gemeenten is nog werk aan de winkel. Gemeenten zien mensen met een uitkering of een beperking het liefst uitstromen naar een baan. Anderzijds zijn ze zelf ook werkgever en moeten ze werk bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat is de dubbelrol waar gemeenten mee te maken hebben.’ Zo opent Locus-directeur Hanne Overbeek het kenniscafé.

‘Er is enige haast’, vervolgt zij, ‘want overheidsorganisaties lopen achter op de banenafspraak. De werkgevers in de sector overheid haalden de doelstelling van de banenafspraak van 6.500 banen eind 2016 niet. Als ze geen stappen zetten, hebben gemeenten volgend jaar de Quotumwet aan hun broek hangen.’ Ze richt zich tot de circa vijfentwintig aanwezigen, voornamelijk vertegenwoordigers van gemeenten en overheidsorganisaties: ‘Met welke vragen zijn jullie naar het kenniscafé gekomen?’

Eveline van Vliet van de gemeente Haarlemmermeer: ‘Bij mij rijst de vraag: wanneer label je een gemeente als ‘inclusieve werkgever’? Lex Vonk, directeur van AM Match: ‘Regelmatig horen we: “Wij zijn een regiegemeente, we hebben niet zoveel plekken voor mensen met een beperking. We hebben veel gemeentelijke taken uitbesteed en dan tellen die banen bij het bedrijfsleven”. Hoe zien gemeenten dit?’

Ede: een brede aanpak van inclusie

Overbeek geeft het woord aan Mark Koning van de gemeente Ede. Overbeek: ‘Alle gemeentelijke diensten worden in Ede uitgedaagd om inclusief te denken. Hoe pakken jullie dat aan?’

Koning: ‘We hebben in Ede gezamenlijk besloten om inclusie te omarmen. De lat ligt hoog. Wij geloven in een brede aanpak van inclusie. De visie en strategie gaan dan ook verder dan het voldoen aan wettelijke bepalingen van de Participatie- en Quotumwet en het VN-verdrag Toegankelijkheid. Ede gelooft in het meedoen van alle mensen. Ongeacht geloof, culturele achtergrond, sekse en voorkeur voor seksualiteit en gender.

Zo heeft de gemeente Ede de VN-motie Toegankelijkheid als één van de eerste gemeenten aangenomen, vertelt hij trots. ‘Iedereen doet mee, dat is onze visie. Wees eerlijk, wie kan daar iets op tegen hebben?’, vervolgt hij met enige zelfspot.

Een inclusieve gemeente word je niet zomaar, beseft hij. ‘Het is onderdeel van het denken en doen als organisatie. De bestuurlijke steun om dit te realiseren is essentieel. Onze voormalig wethouder heeft zich met hart en ziel aan het onderwerp verbonden. En ook het nieuwe college heeft zich gecommitteerd. Het zijn belangrijke voorwaarden voor een succesvol inclusiebeleid.’

Werkkracht

Mede om de ambities rond inclusie vorm te geven, stopte Ede in 2016 met het sw-bedrijf Permar en richtte Werkkracht op, een netwerkorganisatie met werkzoekenden, werkgevers, Werkgeversservicepunt, UWV en de gemeente Ede. Koning: ‘Werkkracht benadert inclusie in de breedte, waar Permar zich vooral richtte op het matchen en begeleiden van mensen uit de doelgroep. Werkkracht stond mede aan de wieg van het SamenWerkBedrijf (SWB), dat een initiatief is van de gemeente Ede en het afvalverzamelingsbedrijf ACV.’

Vanuit het SamenWerkBedrijf organiseert Ede zelf het groenonderhoud, straatreiniging, riolering en vuilophaaldienst. Koning: ‘Daarbij zetten wij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in, maar ook statushouders en jongeren.  De doelen van de banenafspraak worden hierdoor vanzelf behaald. De mensen die hier werken zijn in dienst van de gemeente Ede.’De gemeente is 100 procent aandeelhouder van het SamenWerkBedrijf’, vervolgt koning. ‘Voorheen deed het sw-bedrijf Permar dit werk en stonden we als gemeente meer op afstand. Nu is dat niet meer zo. We komen als gemeente nu in de rol van opdrachtnemer. Dat is soms wel even schrikken: we leren wat we van reguliere bedrijven vragen als het gaat om inclusie.’

Ede organiseert zelf het groenonderhoud en vuilophaaldienst en zet daarvoor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in, maar ook statushouders en jongeren.

Tropenjaar

Want het eerste jaar was een tropenjaar, vertelt Johan van den Top, leidinggevende van het SamenWerkBedrijf. ‘Zaken werken regelmatig anders dan gedacht. Zo krijgen we jongeren binnen met complexe problematiek. Een persoon die stuitert op straat kun je bijvoorbeeld niet langs een drukke weg zwerfvuil laten rapen.’

Daarom heeft het SamenWerkBedrijf teams samengesteld uit zowel maatjes als reguliere medewerkers. Van den Top: ‘De teams hebben we samengesteld op basis van competenties en karakters. Daar zijn vijfentwintig oud-Permar medewerkers bij betrokken. Jobcoaches begeleiden de teams.’

Trots: ‘Langdurig werklozen zijn tevens aan het werk. Ook verschillende statushouders zijn inmiddels aan de slag. Zo is onze eerste medewerker een langdurig werkloze man die veertig jaar in het groen heeft gewerkt. Hij was stomverbaasd toen we hem een contract van twee jaar aanboden. Die man zou anders thuis zitten. Nu is hij, maar ook zijn vrouw en omgeving, blij.’

Productie en kwaliteit versus maatschappelijke impact

De productie en kwaliteit van het ‘groen en grijs’ lopen nog achter op het ambitieniveau, erkent hij. ‘We kijken minder naar wat inclusie in directe zin oplevert, zoals het effect op het uitkeringsvolume. Dan ben je te kortzichtig bezig. We kijken ook naar de maatschappelijke impact.’

Hij geeft een voorbeeld. ‘Een jongen uit Wageningen met een loonwaarde van 25 procent komt iedere dag op de fiets naar Ede om bij ons te werken. De ouders wisten geen raad met hem. Op de werkvloer heeft hij een enorme vrolijkheidsfactor. De ouders hebben nu overdag hun handen vrij, hun jongen is onder de pannen.’

‘Kortom, de maatschappelijke winst van inclusie is breder dan alleen wat iemand presteert op de werkvloer. We stellen ons in Ede de vraag: wat levert ons dat als totale gemeente op? Ik heb het vaak over de helende werking van werk. Minder ziekte, minder zorg – het telt allemaal mee.’

We kijken minder naar wat inclusie in directe zin oplevert, zoals het effect op het uitkeringsvolume. Dan ben je te kortzichtig bezig. We kijken ook naar de maatschappelijke impact.

Achter op ambitieniveau

Marileen Reinders van Universiteit Utrecht is onder de indruk: ‘Goed te horen dat de gemeente denkt vanuit de kandidaat.’ Zij heeft ook een kritische vraag: ‘Ik zie geen diversiteit.’ Daarmee wijst ze op de vertegenwoordiging van de gemeente Ede in het kenniscafé: voornamelijk blanke mensen van middelbare leeftijd. ‘Hoe is inclusie vertegenwoordigd binnen de hogere kaders bij gemeente Ede? Wentelen jullie inclusie niet te veel af op het SamenWerkbedrijf?’

Trix Hellendoorn van P&O bij de gemeente Ede: ‘Een terechte vraag. We kijken in Ede uiteraard ook naar hoogopgeleiden als het gaat om inclusie. Zo betrekken we ook de beleidsafdelingen van de gemeente. Hoorden we vaak: “Ons werk leent zich niet voor mensen met een beperking”. Nu zeggen we: “We gaan het gewoon doen”.’

Mensen die onder de doelgroep vallen zijn niet alleen mensen die werken in het groen, vervolgt zij. ‘Beleidsmedewerkers zijn vaak verschillende uren per week bezig met regeldingen, die geschikt zijn voor mensen met een beperking. Bovendien werken mensen uit de doelgroep bij Burgerzaken, op de bedrijfs- en salarisadministratie en de afdeling P&O.’ Het heeft soms nog tijd nodig, constateert zij. ‘Inclusie landt nooit overal tegelijk in de organisatie. Draagvlak creëren vraagt continu om aandacht. Ook de financiën moeten kloppen.’

Hoe is inclusie vertegenwoordigd binnen de hogere kaders bij gemeente Ede? Wentelen jullie inclusie niet te veel af op het SamenWerkbedrijf?

Boven formatief

Om die reden zijn mensen met een beperking in de gemeente Amsterdam ‘boven formatief’. Khatra Saleh van de gemeente Amsterdam: ‘Wij maken aan het begin van het jaar een centrale pot met geld voor inclusie. Alle afdelingen dragen daaraan bij. Zo halen we direct de angel uit de discussie over financiën en kunnen we het over de inhoud hebben. Amsterdam is natuurlijk een grotere gemeente. We hebben ook mensen met een beperking in managementfuncties. Dat maakt het ook makkelijker om managers die je niet mee krijgt te warm te maken voor inclusie.’

Er is een verschil tussen overheidsorganisaties en het bedrijfsleven, constateert Hanne Overbeek. ‘Locus legt de verbinding tussen gemeenten en sw-bedrijven met het landelijk bedrijfsleven. Daarbij is een sluitende business case leidend. Ofwel: ook het financiële plaatje moet kloppen, anders zijn het geen duurzame banen.’

Maar een gemeente is een andere, fte-gestuurde organisatie, vervolgt zij. ‘Dat maakt het lastiger. Wat Amsterdam doet, één centraal budget, zien we bij meer grote overheidsorganisaties. Het is interessant dat de gemeente Ede ook kijkt naar andere baten. Wordt er inverdiend op andere uitgaven bij gemeente, omdat mensen een stabiele werkplek hebben? Denk aan Wmo of veiligheid. Meer kijken naar de maatschappelijke baten van inclusie als ‘winst’ voor de samenleving is belangrijk.’

Wij maken aan het begin van het jaar een centrale pot met geld voor inclusie.

Maatschappelijke waarde meten 

Liz Barker van de gemeente Oss: ‘Maar hoe meet je die maatschappelijke waarde van inclusie? Hoe kan ik een wethouder verleiden om inclusief werkgever te worden? Ede heeft een bestuur dat inclusie omarmt, maar dat geldt zeker niet voor alle gemeenten. Hoe is de raad in beweging gekomen naar aanleiding van het VN-verdrag?’ Hellendoorn: ‘We vinden in Ede als samenleving dat iedereen mee kan en moet doen. Dat doen we ook vanuit christelijk geloof, dat diepgeworteld is in onze gemeenschap.’

Overbeek: ‘We zien bij Locus regelmatig lone wolves bij bedrijven die geloven in inclusie en overal hun neus stoten. Wij adviseren dan om een projectgroep te maken en business, human resources en inkoop te betrekken. We onderzoeken nu bij Locus of en hoe we de aanpak van commerciële bedrijven kunnen vertalen naar gemeenten. Daarvoor gaan we een projectgroep van gemeenten oprichten. Daar kunnen we meteen de vraag ‘hoe creëer je draagvlak bij de Raad en het bestuur?’ bespreken. Dat is een onmisbare factor voor succes. Wie doet mee?’

Met die oproep komt een eind aan het Locus Kenniscafé. ‘Team Ede, bedankt voor het inspirerende verhaal. Jullie doen een interessante zoektocht. Keep up the good work!’

Lees ook het  communicatiekader inclusie van de gemeente Ede

Oproep

Ben je een gemeente en wil je samen met Locus onderzoeken hoe we de aanpak van commerciële bedrijven kunnen vertalen naar gemeenten? Meld je dan aan voor de Leerkring ‘De inclusieve gemeente’! Meld je aan via vragen@locusnetwerk.nl

 

Tekst: Yolanda van Empel

Met dank aan: Jacinta Nunes de Gouveia, gemeente Ede

Het Locus Kenniscafé vond 17 mei 2018 plaats bij Locus in Utrecht.