Boven

FrieslandCampina breidt pilot ‘inclusief bij de boer’ uit

Twaalf mensen met een beperking startten in 2017 en 2018 als ondersteuner bij melkveehouders aangesloten bij FrieslandCampina in zuidwest-Friesland. Met succes. FrieslandCampina gaat de pilot dan ook uitbreiden. Daarom vond 22 november jl. de bijeenkomst ‘FrieslandCampina inclusief bij de boer’ plaats in Wolvega. Doel: andere regio’s enthousiasmeren. 

‘In 2017 en 2018 startten wij bij leden-melkveehouders van FrieslandCampina een pilot voor mensen met een beperking’, aldus Martin ten Bloemendal, Manager Health & Mobility Center bij FrieslandCampina. ‘Dat doen we samen met de arbeidsmarktregio zuidwest-Friesland en AB Vakwerk, ondersteund door Locus Netwerk.’

‘Afgelopen jaar hebben we de pilot ‘FrieslandCampina inclusief bij de boer’ geoptimaliseerd’, vervolgt hij. Nu is de tijd daar: we gaan de pilot uitbreiden naar andere regio’s!
 Daarvoor zijn wij op zoek naar kandidaten die onder de banenafspraak vallen.’ Hij richt zich tot de aanwezigen – vertegenwoordigers van gemeenten, jobcoaches, arbeidsmarktregio’s en sw-bedrijven in het noorden. ‘Mijn vraag aan jullie: doen jullie mee? Hebben jullie kandidaten die geschikt zijn?’

Extra handen voor melkveehouders

‘We hebben een mooie aanpak ontwikkeld, ondersteund door Locus ’, vertelt hij trots. ‘Twaalf mensen met een afstand tot de arbeidsmark werken nu bij onze melkveehouders. Zij ondersteunen hen bij de dagelijkse werkzaamheden. Koeien naar de wei brengen, tractor rijden, kalfjes voeren – dat soort zaken. De melkveehouders zijn blij met de extra handen in de stal en op het erf. En wij als FrieslandCampina zijn op onze beurt blij dat we inclusief ondernemen vorm kunnen geven.’

De aanwezigen luisteren aandachtig toe, maar hebben ook vragen. Waarom zijn jullie gestart met de pilot ‘FrieslandCampina inclusief bij de boer?, zo luidt een vraag. Ten Bloemendal: ‘Het past bij de missie en visie van FrieslandCampina en het past bij de boeren. FrieslandCampina vindt mvo belangrijk. We investeren in duurzaam produceren onder het motto nourishing by nature.  En we investeren ook in onze mensen en melkveehouders. We hebben er ook zelf belang bij: het is een win-win. De aanpak helpt ons om te voldoen aan de banenafspraak.’

Hoe het werkt?

‘We knopen een veehouder aan iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wat de ‘knecht’ doet, is afhankelijk van de kandidaat en het boerenbedrijf. AB Vakwerk detacheert de kandidaten bij de melkveehouder. FrieslandCampina komt de melkveehouder deels tegemoet in de loonkosten en vraagt ook de loonkostensubsidies aan.‘

Waarom zijn jullie gestart in Noord-Nederland? Ten Bloemendal: ‘Van de 18.000 boerenbedrijven die wereldwijd zijn aangesloten bij FrieslandCampina, bevinden zich er 12.000 er in Nederland. Het gros daarvan zit in het noorden. Vandaar dat we daar zijn begonnen. We rollen de pilot stap voor stap uit. Samen met Locus hebben we een handreiking geschreven. Die ligt klaar op de plank. De werkwijze is niet in beton gegoten, hoor. Maar we hoeven het wiel niet meer uit te vinden.’

Zijn alle melkveehouders positief? ‘Veel veehouders laten de pilot aan zich voorbijgaan. Maar zeker de veehouders die wat ouder zijn, hebben behoefte aan een ‘boerenknecht’. Van de twaalf plaatsingen is er een voortijdig gestopt. Ik heb me laten vertellen dat dat relatief weinig ‘missers’ zijn; deze doelgroep heb je niet aan touwtje.’

Gaan jullie ook inclusief?

Het vraagt ook wat van de boerenbedrijven, benadrukt hij. ‘Je hebt iemand in dienst die je wat meer moet bijstaan en steunen. Maar als het lukt, krijgen je er ook veel voor terug. Een boerin vroeg me eens: ’Dan komt er een Wajonger – en wat als dat niet past met mijn kinderen?’

Mijn antwoord was: ‘Een knecht is onderdeel van het gezin. Als het niet goed voelt, dan gaat de plaatsing niet door. Dat geldt ook andersom. Wat voor label iemand ook heeft, hij of zij moet komen waar hij past. De veehouder ontzorgen we daarbij zoveel mogelijk. Als dat marcheert, dan komt de rest vanzelf.’

Succesvolle plaatsingen realiseer je ook door een goede screening, stelt hij. ‘Daarom is de samenwerking met AB Vakwerk in zuidwest-Friesland cruciaal. Zij screenen en detacheren de kandidaten. AB Vakwerk is ook een coöperatie, net als FrieslandCampina. Zij kennen de melkveehouders in de regio goed. Zij weten als ze een kandidaat spreken: met boer Pieterse is er waarschijnlijk geen match, maar met boer Anema kan het wat worden.’

We komen boeren tegemoet in de kosten

Een jobcoach: ‘Sommige boeren vinden de subsidie vanuit FrieslandCampina niet hoog genoeg, heb ik gehoord.’ Ten Bloemendal: ‘Boeren hoeven niet mee te doen. We komen hen tegemoet in de kosten, maar als een boer het alleen daarvoor doet, dan gaat het niet lukken. Het moet ook bij je passen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werk te bieden.’

De grootse hobbel voor nu is goede kandidaten vinden, vervolgt hij. ‘We willen meer aansluiten bij de scholen, zoals praktijkscholen. Die kandidaten willen we meteen in traject mee te krijgen, dicht bij boer in de buurt.’

Kunnen we samen iets doen om de agrarische branche te promoten?, oppert iemand. ‘Zijn ‘paardenmeisjes’ niet geschikt?’, aldus een ander. ‘Misschien kunnen we meeloopdagen organiseren?’ Of kunnen we de doelgroep verbreden met statushouders? Kortom, plannen en enthousiasme genoeg. De aanwezigen maken afspraken: wordt vervolgd!

> Lees ook: Interview met Martin ten Bloemendal van FrieslandCampina

Esther van der Ploeg

Projectleider